De idioot (Russisch: Идиот) is een roman van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski uit 1868-1869. Het personage Ljev Mysjkin was een 26-jarige prins uit een oude adellijke familie. Hij was de laatste van de Mysjkins. Vroeger was de prins erg ziek geweest. Zware aanvallen van epilepsie hadden hem van zijn verstand beroofd. Hij was zijn geheugen kwijt geweest, kon zich niet behoorlijk uitdrukken, begreep niet wat mensen verlangden en had nergens benul van. Meer dan vier jaar had hij in een Zwitsers sanatorium verbleven om te genezen van zijn ziekte. Hij was daar heel gelukkig geweest. Tegenwoordig was hij nog niet genezen, maar toevallen had hij nog zelden. In Rusland kende de prins niemand. Zijn ouders waren al twintig jaar dood, zijn pleegvader was twee jaar geleden overleden. Ook zijn financiële situatie was penibel. De prins begreep niets van het leven. Hij kende het stadsleven van Sint-Petersburg niet en van vrouwen wist hij zelfs helemaal niets. Hij was een kunstenaar, een filosoof, een kindervriend en zelf nog een kind. Om deze redenen werd hij een idioot genoemd.
Prins Mysjkin keerde terug naar Rusland. Hij zocht de familie Jepantsjin op, omdat de vrouw des huizes een ver familielid van hem was. Aglája Jepántsjina was de jongste en mooiste dochter van het gezin. Hoewel ze voortdurend overhoop lag met haar familie, kon het steeds worden bijgelegd. Daar werd de prins diep getroffen door het portret van Nastásja Filíppovna. Zij was een wees die werd onderhouden door een rijke heer. Ze haalde verre van elegante lieden over de vloer en had een slechte reputatie gekregen. De prins hield van beide vrouwen, maar op een verschillende manier. Hij was echter niet de enige die zijn oog op hen had laten vallen. En de vrouwen waren allesbehalve standvastig in hun besluit met wie ze zouden trouwen. De prins had nog maar pas een aanzienlijke erfenis gekregen of er diende zich een stelletje oplichters aan die op zijn geld uit waren. Deze toestanden waren niet bevorderlijk voor zijn gezondheid. Zijn ziekte was aan het terugkeren.
Dostojevski hield vast aan het traditionele Rusland. Er werden nieuwe ideeën geïmporteerd vanuit het buitenland, maar hij verzette zich tegen deze vernieuwing. Voor hem waren socialisme en liberalisme allemaal hetzelfde. De socialisten waren niets anders dan de liberale landheren uit de tijd van het lijfeigenschap. Het was niet alleen een aanval op de gevestigde orde, maar op Rusland zelf. De vernieuwers haatten Rusland en gaven af op alles dat Russisch was. Daarom mochten oude adellijke geslachten niet verdwijnen. Zij moesten vooraanstaande en leidende figuren blijven in Rusland.
Dostojevski keerde zich nog feller tegen de Rooms-katholieke Kerk. De paus streefde naar universele wereldlijke macht zoals het West-Romeinse keizerrijk. Daarvoor had hij het zwaard opgenomen en zich bediend van leugen, list, bedrog, fanatisme, bijgeloof en misdaad. Het katholicisme predikte de Antichrist en was erger dan atheïsme. In Rusland was alleen bij de bevoorrechte kringen het geloof verdwenen, maar in Europa waren al grote massa’s van het volk hun geloof verloren uit haat tegen de Kerk. Atheïsme en socialisme kwamen voort uit het morele verzet tegen het katholicisme. Beide ideologieën wilden de mens redden, niet door Christus, maar door middel van geweld. Jezuïeten werden afgeschilderd als sluw gespuis en bedriegers.
Dostojevski wist heel goed hoe men in Rusland en Europa over mekaar dacht. In Rusland werd Europa beschouwd als beschaafd en in Europa werd Rusland beschouwd als barbaars. Daarom kon het westen gemakkelijk zijn nieuwe ideeën uitvoeren naar Rusland, maar Dostojevski probeerde de rollen om te draaien. Hij wilde de Russen niet langer bloot stellen aan westerse invloeden, ze een Russische wereld tonen en de Russische beschaving zelfs naar het westen brengen. Daarvoor had hij een groot en krachtig idee nodig, dat de mensen verbond en stuurde. Dostojevski beriep zich op de Russische gedachte, de Russische God en Christus. Dat betekende liefde voor het Russisch vaderland en de Russisch-orthodoxe Kerk. Wie zijn vaderland niet liefhad, had ook God niet lief. De Russische Christus was zuiver gebleven, zou in al Zijn glorie verschijnen en zorgen voor de opstanding van het hele mensdom. Er zou een reus verrijzen voor de ogen van de verbaasde wereld. Heel het buitenland, heel Europa was niets anders dan een illusie.
Fjodor Dostojevski, De idioot, vertaald door Charles B. Timmer, ISBN 90-417-0471-X